Werk dat het hart sneller laat kloppen

“Hoewel we op de ambulance weleens zeggen: ‘Iedereen is ziek, heeft kanker of gaat dood,’ is dat ook precies wat dit werk zo betekenisvol maakt. Je kunt in korte tijd echt iets voor iemand betekenen”
Tamara werkte al jarenlang in de zorg voordat ze de stap naar de ambulance maakte. Ze begon in het verpleeghuis, groeide door in het ziekenhuis en werkte daar vijftien jaar op de dagverpleging. “Ik dacht lange tijd dat ik mijn plek wel gevonden had,” vertelt ze. Tot een vriendin, die op de ambulance werkte, haar vroeg of dat niet ook iets voor haar zou zijn. Tamara moest er in eerste instantie niet aan denken. “Bloed en spoed is niks voor mij,” zei ze resoluut. Juist daarom wees haar vriendin haar op de Middencomplexe Ambulancezorg (MCA). Niet de hectiek van spoedritten, maar verpleegkundige zorg met rust en inhoud. “Toen ik hoorde wat de MCA inhield, dacht ik: dit past eigenlijk perfect bij mij.” Ze besloot te solliciteren.
Een vak dat met je meegroeit
De overstap vond Tamara spannend. “Je laat iets vertrouwds achter,” zegt ze. “Het ziekenhuis was jarenlang mijn werkplek.” Ze had er veel geleerd en brede ervaring opgedaan met verschillende specialismen. “Die basis neem ik elke dag mee op de ambulance.” Toch merkte ze in het ziekenhuis dat de tijd voor echte aandacht soms onder druk stond. “Je hebt te maken met vaste rondes en veel verschillende patiënten op één dag. Dat hoort bij die setting.” Op de ambulance ervaart ze dat anders. “Hier is een rit pas klaar als die klaar is. Je hebt de ruimte om het goed te doen. Dat maakt dit werk heel relaxed en overzichtelijk.”
Toen Tamara begon, heette de MCA nog ‘zorgambulance’. “Het was toen meer gericht op comfort en begeleiding,” vertelt ze. “Dat was waardevol, maar medisch hadden we nog weinig bevoegdheden.” In de jaren daarna groeide de functie stap voor stap. De verantwoordelijkheden namen toe. “We mogen nu bijvoorbeeld pijnstilling geven, infusen aanleggen en het hartritme monitoren. Dat geeft verdieping aan het werk en maakt het uitdagend.” Voor Tamara voelt dat als een positieve ontwikkeling. “Ik kan mijn verpleegkundige kennis nu echt inzetten. Het is niet alleen begeleiden, het is ook klinisch redeneren en verantwoordelijkheid nemen.”
De combinatie van rust en medische inhoud maakt dat ze zich op haar plek voelt. “Het is een andere manier van werken, met één collega op de auto in plaats van in een groot team. Maar juist dat maakt het persoonlijker.” En die stap heeft ze nooit betreurd. “Als ik nu door het ziekenhuis loop om een patiënt naar een afdeling te begeleiden, ben ik vooral dankbaar dat ik deze keuze heb gemaakt.”
Een ‘bijzondere’ dag
Werken binnen de MCA betekent voor Tamara vooral: aanvoelen wat iemand nodig heeft. “Ik zeg vaak tegen een patiënt die naar het hospice gaat: ‘Het is een bijzondere dag voor u.’” Aan de reactie merkt ze meteen hoe iemand erbij zit. “Sommigen reageren opgelucht, anderen juist verdrietig. Dat zegt al veel.”
Voor families is een rit naar een hospice vaak een kantelpunt. “Veel mantelzorgers hebben een zware periode achter de rug. In het hospice mogen ze weer even gewoon partner, kind of ouder zijn.” Dat probeert ze ook op die manier aan hen uit te leggen. “Zo wordt zo’n overgang soms iets draaglijker.”
Hospiceritten raken Tamara zelf ook. “Soms moet je even slikken. Als je jonge mensen of een patiënt die jonge kinderen heeft naar een hospice vervoert, is dat echt schrijnend. Dat grijpt je aan.” Soms zet ze haar eigen gevoel even opzij, en soms mag een traan er gewoon zijn. Later maakt ze dat bespreekbaar met haar collega. “We doen het samen.”
Ze merkt hoe open mensen zijn in de ambulance. “In korte tijd hoor je soms iemands hele levensverhaal. Over ziekte, over familie, over wat nog komt.” Juist omdat er tijd is, durft ze ook directe vragen te stellen. “Ik draai er niet omheen. Ik vraag bijvoorbeeld: ‘Hoe lang heeft u al kanker?’ Mensen waarderen die openheid. Dan krijg je eerlijke gesprekken.”
Niet elke rit is emotioneel beladen. Soms is er juist ruimte voor luchtigheid of afleiding. “Je leert snel schakelen in emoties. Bij binnenkomst voel je vaak al hoe de sfeer is.” Die mensenkennis is volgens haar essentieel. “Je moet kunnen inspelen op wat iemand op dat moment nodig heeft.”
Juist in die combinatie van aandacht, professionaliteit en samenwerking vindt ze de kern van haar werk. “Hoewel we op de ambulance weleens zeggen: ‘Iedereen is ziek, heeft kanker of gaat dood,’ is dat ook precies wat dit werk zo betekenisvol maakt. Je kunt in korte tijd echt iets voor iemand betekenen. Al is het alleen maar door te luisteren.”
Waar samenwerken vanzelfsprekend is
Op de ambulance werk je altijd met z’n tweeën. Dat vraagt vertrouwen in elkaars kennis, inschatting en handelen. “In het ziekenhuis kon ik altijd een arts of collega erbij roepen,” vertelt Tamara. “Op de ambulance is dat anders. We zeggen weleens: je staat er alleen voor, maar ook weer niet.” Op locatie ben jij degene die het moet doen. Jij beoordeelt de patiënt, jij maakt de afwegingen en samen met je collega bepaal je de volgende stap. Er staat niet standaard iemand naast je om mee te kijken. “Je moet zelf klinisch redeneren en beslissingen durven nemen.” Maar écht alleen sta je nooit. Je werkt volgens vaste protocollen, je kunt overleggen met de meldkamer of een ketenpartner en je hebt altijd je collega naast je. “Je doet het samen. Je vult elkaar aan. Dat gaat bijna vanzelf.”
En het stopt niet bij die ene rit. “Na afloop bespreken we ingrijpende casussen vaak op de post. Als je twijfelt over je eigen handelen, kun je dat delen. En van andermans casussen leer je ook veel.” Die openheid vindt ze belangrijk. “Je moet ook kunnen zeggen hoe je erin zit. Als iets je raakt of als je twijfelt, moet je dat uitspreken naar je collega’s. Dat blijft vertrouwelijk. Dat maakt dat je je veilig voelt.” Je maakt samen veel mee. Intensieve hospiceritten, onverwachte situaties onderweg, gesprekken die blijven hangen. “Dat schept een band. Je probeert er samen een mooie dag van te maken, wat er ook op je pad komt.”
Tamara spreekt met veel respect over haar collega’s, en in het bijzonder over de chauffeurs. “Ik heb echt bewondering voor hen,” zegt ze. “Als verpleegkundige kan ik een telefoon pakken om hulp in te schakelen. Een chauffeur kan dat niet altijd. Die is verantwoordelijk voor het rijden.” Ze ziet hoe zij zich door smalle straten manoeuvreren of rustig een patiënt vervoeren over drempels en bochten. “Soms sta ik echt versteld. Dat mag ook weleens worden benoemd. Echt: chapeau.”
Meer dan een collega
De ambulance bracht Tamara niet alleen een nieuwe werkomgeving waar haar hart sneller van ging kloppen, maar ook iets wat ze nooit had kunnen plannen. Op de post leerde ze ambulancechauffeur Maikel kennen. Toen ze samen de opleiding tot middencomplex volgden en vaker diensten draaiden, merkten ze al snel dat er een bijzondere klik was. “We hoefden elkaar maar aan te kijken en we begrepen elkaar,” vertelt ze. Wat begon als een sterke professionele samenwerking, groeide uit tot een relatie. Inmiddels zijn ze al een tijd gelukkig samen.
Inmiddels heeft Tamara dus zowel de liefde vóór het werk, als de liefde op het werk gevonden. Dat ze allebei in de ambulancezorg werken, is voor haar van grote waarde. “We begrijpen precies wat de ander meemaakt. Je hoeft elkaar weinig uit te leggen.” Inmiddels werkt Maikel op de spoedambulance en rijden ze geen diensten meer samen, maar de gedeelde basis blijft. “We kunnen aan de eettafel onze verhalen delen en snappen elkaars wereld. Dat is heel bijzonder.”
Voorrecht
Voor Tamara is het elke dienst weer speciaal om in te stappen in de ‘gele bus’. “Kinderen zwaaien naar ons. Iedereen kijkt.” Dat was ze zich vooraf niet zo bewust. “Je hebt een voorbeeldfunctie. Dat uniform doet echt iets.” Zelfs bij iets simpels als een koffietje halen merkt ze het. Mensen kijken, maken een praatje of steken hun duim op. “Je krijgt werkelijk áltijd een reactie als je het ambulance-uniform draagt. En vrijwel altijd positief.”
Het raakt haar. “Het is een voorrecht dat je dit werk mag doen. Dat je zo in dat uniform mag lopen. Het is dankbaar werk waarin je echt het verschil kunt maken. Ik ben blij dat ik deze stap heb genomen,” zegt ze. “Ik doe dit werk met trots.”
Wil jij net als Tamara werken in de middencomplexe ambulancezorg? Bekijk onze vacature voor verpleegkundige MCA: