Als medische zorg ook menselijk mag zijn

“Mensen vragen weleens of ik het werk niet zwaar vind. Maar juist in verdrietige situaties kun je zó veel betekenen.” 

Suzanne werkte jarenlang als algemeen verpleegkundige in het ziekenhuis, onder andere op de longafdeling. Het werk kende ze door en door, maar gaandeweg begon er iets te wringen. “Ik merkte dat ik steeds minder tevreden naar huis ging na een dienst,” vertelt ze. “Ik had steeds vaker het gevoel dat ik mensen tekortdeed.”
De zorg werd drukker, de tijd schaarser. “Het was steeds meer reageren op belletjes en piepjes. Als iemand verdrietig was, moest ik eigenlijk alweer door. Dat voelde voor mij niet meer goed.” Ze verlangde naar rust, naar echte aandacht voor de mens achter de patiënt. Precies op dat moment kwam het ambulancewerk op haar pad.

Een collega combineerde haar werk in het ziekenhuis met diensten bij de RAV Brabant Midden-West-Noord. Suzanne raakte met haar in gesprek. “Ik vroeg hoe dat werk was en of zij dacht dat het iets voor mij zou zijn. Ze zei meteen: ja, dit past bij jou.” En daarin had haar collega gelijk. Inmiddels werkt Suzanne sinds 2018 als verpleegkundige binnen de Middencomplexe Ambulancezorg (MCA).

Tijd om echt te luisteren
Binnen de Middencomplexe Ambulancezorg draait het voor Suzanne niet alleen om medische zorg, maar vooral om aandacht en empathie. “Omdat we binnen de MCA geen spoedritten rijden, hebben we vaak meer rust en tijd. Tijd om naast iemand te zitten en echt te luisteren.” Juist dat maakt het werk voor haar zo waardevol. Vooral het begeleiden van mensen in de laatste fase van hun leven spreekt haar aan. “In die fase wil je er voor iemand kunnen zijn. Niet alleen medisch, maar ook menselijk. Je verandert de situatie niet, maar je kunt wel iets toevoegen. Juist op momenten dat iemands wereld klein is geworden.”

Tijdens de ritten, bijvoorbeeld naar een hospice, het ziekenhuis of het Instituut Verbeeten voor bestraling, ontstaat er ruimte voor gesprek. “Je zit soms een uur naast iemand, als we bijvoorbeeld naar een academisch ziekenhuis in een andere regio rijden. Mensen vertellen dan veel. Over hun ziekte, het traject dat ze al hebben doorlopen, maar ook over wie ze zijn buiten die ziekte.” Suzanne probeert die momenten bewust te benutten. “Ik wil mensen ook even afleiden van alle ellende. Even weg uit dat patiënt-zijn.”

Het gesprek gaat dan net zo goed over vakanties, kleinkinderen of hobby’s. “Soms laten mensen foto’s zien van hun hond of van de kinderen die ze missen. Je ziet ze dan letterlijk opfleuren.” In dat uur tussen twee ziekenhuizen zijn ze heel even in een andere situatie. “Ze zien dan niet alleen een zorgverlener, maar ook gewoon iemand die naast ze zit en oprecht luistert.”

Die aandacht stopt soms niet bij één rit. Als Suzanne weet dat een patiënt de volgende dag opnieuw vervoer nodig heeft en zij zelf ook dienst heeft, vraagt ze gerust aan de meldkamer of ze die persoon weer mag begeleiden. “Zeker bij mensen met psychische kwetsbaarheid geeft het rust als ze een bekend gezicht zien. Dat haalt meteen een stuk spanning weg.”

Creatief werken in onverwachte situaties
Werken binnen de MCA vraagt volgens Suzanne vooral om creativiteit en vooruitdenken. “Je komt nooit in een standaardomgeving terecht. Je staat bij mensen thuis, in hun slaapkamer, en moet daar zorg leveren met wat er op dat moment voorhanden is.” Dat betekent improviseren. “Een infuus hang je soms aan een lamp of een kapstok. Je leert oplossingen zoeken in wat je ziet.”

Die creativiteit gaat verder dan praktische handelingen. Ook het inschatten van een situatie vraagt om klinisch redeneren. “Je kijkt niet alleen naar meetwaarden, maar naar het totaalplaatje. Hoe stabiel is iemand? Wat vertelt het verhaal eromheen?” Protocollen en richtlijnen helpen, maar vormen nooit het hele antwoord. “Het gaat nooit precies volgens het boekje.”

Daarnaast heeft Suzanne veel te maken met familie en naasten. “Soms vragen zij meer aandacht dan de patiënt zelf. Dan is het belangrijk om rustig te blijven en goed uit te leggen wat je doet en waarom.” Heldere communicatie kan veel spanning wegnemen. “Als je mensen meeneemt in je afwegingen, begrijpen ze het vaak beter. Ook als iets niet kan.”

Communicatie is voor Suzanne daarom net zo belangrijk als de zorg zelf. “Ik let heel bewust op mijn woorden, maar ook op wat ik non-verbaal uitstraal. Soms is een knikje of een hand op iemands schouder genoeg.” In elke situatie kijkt ze opnieuw: wat is hier het beste voor de patiënt? “Het draait altijd om wat op dat moment het meeste rust geeft.”

Betekenisvol, juist in moeilijke momenten
Het werk binnen de MCA kan emotioneel zijn, maar geeft Suzanne juist veel voldoening. “Mensen vragen weleens of ik het niet zwaar vind. Maar juist in verdrietige situaties kun je zó veel betekenen. Dat maakt het ook positief. Ondanks alle emoties die je tegenkomt, kun je dit werk daardoor volhouden.”

Wat haar telkens opnieuw raakt, is hoeveel mensen meemaken in hun leven. “Achter elk mens zit een verhaal. Dat besef is door dit werk alleen maar sterker geworden. Het relativeert ook: pluk de dag en ga alsjeblieft niet zeuren over onbenullige dingen.”

Een moment dat haar altijd is bijgebleven, is een rit waarbij een man vanuit huis naar een hospice vervoerd zou worden. Bij aankomst voelde Suzanne meteen dat vervoer eigenlijk niet meer passend was. Samen met de thuiszorg, huisarts en andere disciplines werd overlegd. “We hebben hem verzorgd, pijnstilling gestart en uiteindelijk besloten dat hij thuis kon blijven.” De man overleed de volgende dag in zijn eigen huis. “De familie was dankbaar. Dat soort samenwerking is zó waardevol. Ik vind het mooi dat ik daar onderdeel van mag uitmaken.”

Geen oordeel
Suzanne merkt dat mensen soms boos of geïrriteerd op de brancard liggen. “In plaats van daar overheen te stappen, benoem ik het vaak. Dan zeg ik bijvoorbeeld: ‘Ik merk dat u een beetje boos bent, wilt u er iets over vertellen?’ Bijna altijd zit daar een verhaal achter.” Door te benoemen wat ze ziet en de juiste vragen te stellen, ontstaat er ruimte voor gesprek, zonder oordeel. “Dat is voor mij heel belangrijk. We hebben zorgplicht, we zijn professionals en we oordelen niet. We tonen respect, juist omdat sommige mensen zich in de maatschappij al niet gezien voelen.”

Trots
De meeste voldoening haalt Suzanne uit de waardering van patiënten. “Als iemand zegt: ‘Dank je wel dat je geluisterd hebt’ of ‘ik werd zo rustig van jou’, dan weet ik weer waarom ik dit werk doe.” Ze is trots als ze merkt dat mensen haar in korte tijd vertrouwen. “Dat komt door je houding en communicatie.” Maar ook kwetsbaarheid hoort daarbij. “Als je het zelf even moeilijk hebt, mag dat er ook zijn. Dat zie ik niet als zwakte, maar als kracht. Daar zorgen we samen voor.”

Suzanne is trots op haar beroep en kan het anderen zeker aanbevelen om de overstap te maken. “Als je op zoek bent naar zelfstandigheid en vrijheid in je werk én echte aandacht voor mensen, dan is de MCA iets voor jou. Het werk vraagt assertiviteit en verantwoordelijkheid, maar biedt ook vertrouwen, samenwerking en ruimte om jezelf te blijven ontwikkelen. Ik zou het voor geen goud willen missen!”

Wil jij net als Suzanne werken in de middencomplexe ambulancezorg? Bekijk onze vacature voor verpleegkundige MCA: