Geen zwaailichten en spoed, wel ambulancezorg die ertoe doet

“Wij rijden zonder toeters en bellen, maar dat betekent niet dat het minder belangrijk is. Integendeel!”
Karin en Katja hebben ieder hun eigen route afgelegd in de zorg, maar kwamen uiteindelijk op dezelfde plek uit: de Middencomplexe Ambulancezorg (MCA). Met 22 jaar ervaring in de zorg, waaronder in het verpleeghuis en later bij de huisartsenpost, zit Karin nu volledig op haar plek als chauffeur bij de MCA. “Dit is echt een wereldbaan,” zegt ze. “Je hebt vrijheid, je weet nooit wat je gaat meemaken. Ik moet niet denken aan een bureaubaantje.” Inmiddels werkt Karin al bijna twaalf jaar bij de RAV Brabant Midden-West-Noord.
Katja heeft een lange ziekenhuiscarrière achter de rug. Ze werkt bijna dertig jaar als verpleegkundige en is breed opgeleid binnen het ziekenhuis. “Ik heb daar ontzettend veel geleerd,” vertelt ze. “Maar ik merkte op een gegeven moment dat ik toe was aan iets anders.” Het ambulancewerk trok haar aan, mede doordat ze op de afdeling regelmatig ambulances zag binnenkomen. “Dat leek me leuk.” Via via begon ze bij de internationale ambulancezorg, naast haar werk in het ziekenhuis. “Het één-op-één contact met de patiënt vond ik meteen heel waardevol.”
De overstap naar de RAV volgde daarna snel. “Dit werk past beter bij mij,” zegt Katja. “Het is afwisselend, geen dag hetzelfde en je komt overal.” Inmiddels werkt ook zij al negen jaar als verpleegkundige binnen de Middencomplexe Ambulancezorg. “Ik zou niet meer terug willen, maar de ervaring die ik in het ziekenhuis heb opgedaan neem ik elke dag mee in mijn werk.”
Alles béhalve spoed
Voor veel mensen is er maar één soort ambulance: de spoedambulance, met sirenes en blauwe zwaailichten. Dat is het beeld dat de meeste mensen hebben van ambulancezorg. Geen wonder dus dat er vaak verbaasd wordt gereageerd als Karin en Katja vertellen dat zij werken binnen de Middencomplexe Ambulancezorg.
“Veel mensen denken dat wij alleen maar spoed rijden,” zegt Katja. “Maar wij doen eigenlijk alles béhalve dat.” Dat zorgt soms voor verwarring. “Dan staan mensen ons raar aan te kijken.” Karin: “Wij rijden zonder toeters en bellen, maar dat betekent niet dat het minder belangrijk is.” Integendeel. Katja en Karin leggen het graag uit: “We rijden geplande ritten. We vervoeren bijvoorbeeld mensen van huis naar een hospice, patiënten die recent zijn gedotterd en naar een ander ziekenhuis moeten, of mensen bij wie de verpleegkundig specialist al thuis is geweest en inschat dat vervoer met de MCA het meest passend is. Het gaat om zorg die niet acuut levensbedreigend is, maar wél medische kennis, inschatting en aandacht vraagt.”
Toch krijgen ze soms nog het stempel ‘taxi’, laat Karin weten. “Dan hoor je: ‘O, daar komt de taxi aan.’ Maar vervoeren van patiënten is echt maar een heel klein deel van het werk, er komt zo veel meer bij kijken. Wij zijn volwaardig ambulancepersoneel, dit is een specialisme. Als we een taxi zouden zijn, dan wel een hele dure,” grapt ze.
Het grootste verschil met de Advanced Life Support (ALS), oftewel de spoedambulance, zit volgens hen niet in minder verantwoordelijkheid, maar in een andere focus. “ALS draait om spoed en levensreddend handelen,” zegt Karin. “Bij de MCA draait het om kwaliteit, comfort en rust.” Katja knikt. “Wij nemen de tijd. We kijken wat iemand nodig heeft, leggen uit wat er gebeurt en nemen familie daarin mee.”
Dat zie je ook terug in het rijgedrag van de chauffeur. “Als iemand veel pijn heeft, rijden we liever een straatje om om drempels of vluchtheuvels te vermijden,” vertelt Karin. “Het comfort van de patiënt staat voorop.” Katja: “We zijn niet bezig met zo snel mogelijk ergens zijn, maar met zo goed mogelijk zorgen.”
Juist doordat er geen spoeddruk is, ontstaat er ruimte. “Mensen laten vaak alles los achterin de ambulance,” zegt Katja. “Er komt zoveel op hen af. Wij hebben de tijd om te luisteren, om vragen te beantwoorden en om samen te kijken wat nodig is.” Karin: “Een goed gesprek, het aanreiken van een tissue of even een hand vasthouden kan voor een patiënt al heel veel betekenen.” Katja vult aan: “Het zijn echt de kleine dingen die het doen.”
Aan één blik genoeg
Binnen de MCA doen Karin en Katja het werk nooit alleen. “In principe kan de verpleegkundige niet zonder de chauffeur en andersom,” zegt Karin. “Je bent echt een team. Alleen kom je niet ver.” Die wederzijdse afhankelijkheid voelt voor hen vanzelfsprekend. “Je doet het samen, anders werkt het niet.”
Omdat ze lange diensten samen draaien, leer je elkaar snel kennen. “Je zit acht of negen uur samen in de auto,” vertelt Katja. “Dan bespreek je niet alleen het werk, maar ook privézaken. Je moet open zijn naar elkaar.” Volgens haar werkt het simpelweg niet als iemand gesloten blijft. “Je werkt het beste met iemand waarbij je aan één blik genoeg hebt.”
Voor Karin zit die samenwerking vooral in het aanvoelen van de ander. “Als ik in mijn achteruitkijkspiegel kijk, zie ik meteen hoe mijn collega zich voelt,” legt ze uit. Zeker in spannende of onoverzichtelijke situaties is dat belangrijk. “Je kunt niet alles zeggen waar anderen bij zijn. Dan moet je elkaar non-verbaal begrijpen.”
Katja herkent dat volledig. Bij complexe casussen bespreken ze vooraf samen hoe ze het gaan aanpakken. “Als je een rit doorspreekt voordat je ergens binnenstapt, loopt het eigenlijk altijd goed,” zegt ze. “We weten wat we aan elkaar hebben.” Dat vertrouwen maakt het mogelijk om snel te schakelen en elkaar ruimte te geven.
Ook de rolverdeling is voor hen helder. Karin is als chauffeur verantwoordelijk voor de ambulance, de omgeving en het logistieke gedeelte. Katja richt zich als verpleegkundige op de patiënt en de zorg. Maar die taken lopen voortdurend in elkaar over. “We vullen elkaar aan,” zegt Karin. “Dat gaat echt vanzelf.”
Juist die samenwerking maakt dat ze zich veilig voelen in hun werk. “Je moet elkaar kunnen vertrouwen,” zegt Katja. “Dat vertrouwen is de basis. Zonder dat kun je dit werk niet doen.” Karin kan dat alleen maar beamen.
Het kan ons niet gek genoeg
Geen enkele situatie die ze meemaken is hetzelfde. Karin: “We komen bij alle lagen van de bevolking en op veel verschillende locaties. Van drugspanden tot kantoren.” Katja vult aan: “En van woonwagenparken tot boten en van gewoon op straat tot grote landhuizen waar we moeten oppassen dat we het mooi gemaaide gazon niet kapot rijden met de brancard. We maken de meest bizarre dingen mee.”
Soms zijn dat situaties die je van tevoren niet kunt bedenken. Eén inzet staat Karin nog scherp bij. “We zijn zelfs op Schiphol geweest, toen er een vliegtuig met gewonde Oekraïners landde. Dan ga je met een brancard een vliegtuig in.” Maar volgens Karin leer je vanzelf om snel te schakelen. “Je leert dat tijdens de opleiding en door de ervaring die je opdoet. Als ik iets zie, kan ik meteen handelen.” Ze vat het nuchter samen: “Het kan ons eigenlijk niet gek genoeg.”
Toch blijft het werk hen verrassen. Karin: “Ik heb al ontzettend veel gezien, en elke keer denk je: het kan niet gekker, mooier of slechter. Maar je blijft dingen meemaken die je raken.” Wat in het begin misschien spannend voelt, wordt gaandeweg vertrouwd. Katja: “Je raakt doorgewinterd.” Tegelijkertijd blijft het werk haar energie geven. “Juist die afwisseling maakt dat ik elke dag met plezier naar mijn werk ga. Het blijft genieten.”
Vertrouwen in uniform
Het uniform dat Karin en Katja dragen, doet meer dan je misschien denkt. “Ik besef me altijd goed dat het voor mensen heel confronterend kan zijn als wij in uniform en met een grote gele bus voor de deur staan,” vertelt Karin. “Voor mensen betekent dat namelijk soms dat hun laatste ritje is aangebroken; naar een hospice.”
Aan de andere kant geeft het uniform ook vertrouwen. “Er gaan deuren open die anders gesloten blijven. Mensen voelen zich veilig bij ons om hun verhaal te vertellen,” merkt Katja op. Dat vertrouwen voelen ze ook in de kleine dingen. Een patiënt die na afloop zegt: ‘Prettige rit gehad.’ Een oprecht: ‘Dank je wel.’ Of mensen die spontaan ‘Eet smakelijk’ roepen als Karin en Katja in het park aan het lunchen zijn. “Je merkt dat mensen respect hebben voor wat je doet,” zegt Karin. “Je bent zichtbaar en vertegenwoordigt iets.”
En dat vraagt ook wat. “Je komt op precaire momenten in iemands leven,” zegt Katja. “Dan moet je stevig in je schoenen staan en verantwoordelijkheid durven nemen.” Het is geen spoedzorg, maar het is wél zorg die ertoe doet. Zorg waarbij je echt iets kunt betekenen.
Voor beiden is het helder: het werk vraagt veel, maar geeft minstens zoveel terug. Waardering. Vertrouwen. Voldoening. Katja hoeft er niet lang over na te denken: “Als je dit werk eenmaal doet, wil je eigenlijk nooit meer iets anders.”
Wil jij net als Karin en Katja werken in de Middencomplexe Ambulancezorg? Bekijk onze vacatures voor verpleegkundige MCA en chauffeur MCA: