1.  » 
  2. patiënt
  3.  » bedankje

Een bijzonder bedankje aan de meldkamer

‘Wij kennen dit soort verhalen alleen van de tv. Maar nu zouden we zelf zo’n aflevering kunnen zijn. Dankzij jou is deze bijzondere bevalling goed verlopen!’ Dit schreven een dankbare moeder en vader onlangs in een persoonlijke bedankbrief aan een ‘naamloze’ centraliste van de Meldkamer Ambulancezorg Oost-Brabant. “Bijzonder dat ze de moeite namen, het is mijn werk”, zegt de collega in kwestie.

‘Lieve centraliste’, staat er boven de brief die je kreeg. En als tweede zin: ‘Sorry voor deze onpersoonlijke aanhef, maar we weten niet hoe je heet’. En iets verderop: ‘We zijn je eeuwig dankbaar’. Wat dacht je toen je dit las?

“Dat het logisch is dat ze mijn naam niet weten, want die zeggen we niet aan de telefoon. In de reactie die ik heb teruggestuurd naar het gezin, heb ik mijn naam bij uitzondering wél genoemd. Ik besef dat ik voor deze ouders en voor hun dochtertje een speciale rol heb gespeeld, ook al verliep de bevalling eigenlijk heel soepel.

Ik waardeer het zeer dat ze de moeite hebben genomen om mij achteraf zo uitgebreid te bedanken, dat gebeurt maar zelden.”

De ouders stuurden jou het geboortekaartje toe én een kopie van de brief die de moeder aan haar pasgeboren kindje heeft geschreven, met de gebeurtenissen van die nacht in december.

“Het is een mooi persoonlijk verhaal over hoe zij het zelf ervaren hebben dat de baby te vroeg en heel snel ter wereld kwam. De geboorte heb ik via de telefoon meegemaakt, maar nu kon ik de gebeurtenissen gedetailleerd teruglezen door de ogen van de moeder en de vader die ik aan de telefoon had. Als zij over de centralist spreken, denk ik: o ja, dat ben ik! Je ziet de overeenkomsten, maar ook de verschillen in waarneming. Zo zag ik in de brief pas dat ik de moeder tussen de weeën door nog de trap op heb gestuurd. Ik zei dat ze moest gaan liggen, niet wetend dat ze op dat moment in de huiskamer was. In plaats van op de bank te gaan liggen, ging ze nog naar de slaapkamer, op de trap nog een wee opvangend.”

In de brief schrijft de moeder aan haar baby: ‘De centraliste vertelt dat ze jaren op de kraamafdeling heeft gewerkt en dat ze ons hier zo goed mogelijk doorheen probeert te loodsen totdat de ambulance er is’.

“Daar had ik dus toch zelf iets persoonlijks verteld, om de vader aan de telefoon gerust te stellen. Het is trouwens niet de kraamafdeling, maar de couveuseafdeling waar ik vele jaren heb gewerkt voor ik centralist werd. Een paar keer ben ik even buiten het protocol en de instructies gegaan, vanuit mijn eigen ervaring uit het ziekenhuis. Ik heb bijvoorbeeld geïnformeerd naar de kleur van de baby en gevraagd of ze huilde, ik heb het tijdstip van de geboorte genoemd en de instructies gegeven om met niet één, maar twee veters de navelstreng af te binden en om specifiek het hoofdje goed af te dekken.”

Val je op zo’n moment terug in je oude verpleegkundige rol?

“Dat niet echt, maar bij meldingen met baby’s zie ik het wel veel beter voor me en dat helpt me. Ook bij een melding van een koortsstuip of een verslikking bij een baby kan ik meestal snel doorpakken. Ik denk dat we dat allemaal hebben. Wie op een SEH heeft gewerkt, kan zich sneller inleven in een melding van groot trauma. Maar het protocol blijft leidend, juist daardoor kunnen we met elke melding overweg.”

Was het een spannende melding?

“Voor de ouders natuurlijk wel, maar voor mij viel het mee. Ik heb ook wel eens een bevalling begeleid waar het er moeizamer aan toe ging. Toen was ik heel blij dat de ambulance arriveerde. Maar in dit geval bleven de ouders rustig en ik kreeg hen goed mee in het protocol, dan loopt het gewoon lekker. De baby kwam voorspoedig ter wereld. Eigenlijk hebben ze zelf al het werk gedaan.”

Bron: ProQA & AMPDS Magazine, nr. 16